Hulst, holly, Collier du Chien

Zeer gewaardeerde klanten, Sobat-Sobat en lieve vrienden,

Hulst Choker, ca. 1897-1900.

 

 

Hier ziet u het collier in zijn volle glorie. Opmerkelijk is de fantastische kleur van de gesneden koraal bollen. Hier ziet u heel duidelijk de schitterende, zacht tegen het oranje aan van het zogenaamde elfenkoraal. Deze foto heeft Albert zelf genomen in Lalique Museum, Wingen-sur-Moder , Frankrijk 

Goud, email en koraal, 5,3 x 36,4 cm; Musée Lalique, Wingen-sur-Moder: in bruikleen van Shai Bandmann en Ronald Ooi.

 

Het “Collier du chien” is een schitterend stukje vakmanschap van goud, emaille en 42 bolletjes gesneden bloedkoraal van een schitterende zacht licht oranje “elfen” kleur koraal. Een kleur die omstreeks 1900 gold als de ultieme kleur van Bloedkoraal. René Lalique heeft circa 3 jaar aan deze choker gewerkt in de periode 1897-1900.

 

Hier ziet men de schitterende zachte kleur tegen oranje aan. Deze “elfen” keur was omstreeks 1900 de ultieme kleur voor bloedkoraal en destijds al zeer zeldzaam en gewild maar zeldzaam.

Hulst

Hulst wordt geassocieerd met de kerstperiode. In het verleden versierden de Romeinen hun huizen met hulst in de winter. Men geloofde dat hulst bescherming bood tegen kwade geesten, demonen en heksen. Hulst werd aangezien als goddelijk omdat de meeste variëteiten wintergroen blijven. Ook staat hulst symbool voor moederschap en huiselijk geluk (liefde, begrip en vertrouwen).

Wij nemen aan dat dat het uitgangspunt is geweest van René Lalique voor zijn “collier du chien” wat hij zeker voor zijn tweede vrouw Alice Ledru heeft gemaakt, waarmee hij vanaf 1890 zijn leven zou delen en waarmee hij in1892 een dochter kreeg genaamd Suzanne. In 1900 kregen zij nog een zoon Marc. Wat een toepasselijk cadeau voor de moeder van zijn kinderen in het geboortejaar van hun zoon.

Het “Collier du chien” is een schitterend stukje vakmanschap van goud, emaille en 42 bolletjes gesneden bloedkoraal. René Lalique heeft circa 3 jaar aan deze choker gewerkt in de periode 1897-1900. Als we de tijdslimiet nemen van rond 1900 begrijpt u dat het een opgave moet zijn geweest om in die tijd 42 bloedkoralen bolletjes te vinden met een zelfde ongeëvenaarde zacht oranje kleur en van een topkwaliteit die zijn weerga niet kent. Het moet een zware opgave zijn geweest om deze uit de middellandse zee geoogste bloedkoralen bollen naar Parijs te krijgen om ze zo te kunnen verwerken in dit “collier du chien”. Rode koralen groeien op een rotsachtige zeebodem met een lage sedimentatie, meestal in donkere omgevingen – hetzij in de diepte of in donkere grotten en kloven. De oorspronkelijke soorten, wordt C. rubrum (voorheen Gorgonia nobilis ), voornamelijk te vinden in de Middellandse Zee . Het groeit op een diepte 10 tot 300 meter onder de zeespiegel, hoewel de ondiepere van deze habitats grotendeels zijn uitgeput door oogsten In de onderwatergrotten van Alghero , Sardinië (de ” Riviera del Corallo”) het groeit op een diepte van -4 tot -35 meter.

René Lalique

René Jules Lalique (Aÿ, 6 april 1860 — Parijs, 1 mei 1945) 

Hij werd in Aÿ in de champagne streek een klein dorpje onder Reims geboren op 6 april in het noord oosten van Frankrijk. Hij groeide op in Parijs maar bracht als kind zijn vakanties door in Aÿ bij zijn grootouders van moeders kant. Hij erfde later hun huis en hield dit in zijn bezit tot aan zijn dood. Hij brengt een groot deel van zijn jeugd door in deze groene regio en trekt onder het toeziend oog van zijn grootvader regelmatig deze groene natuur in en daar ontwikkelt hij zijn liefde voor de zogenaamde “kleine natuur”  zoals vogels, insecten, bloemen, slangen en planten.                                                                                                                                                                                                          Op zestienjarige leeftijd ging Lalique in de leer bij de Parijse juwelier Louis Aucoc. daar leert hij de beginselen en basis technieken van het edelsmid vak. Daarna studeerde hij tussen 1878 en 1880 aan het Sydenham Art College in Londen in het Crystal Palace. Na zijn terugkeer in Frankrijk werkte hij voor onder andere Aucoc, Cartier en Boucheron. In 1882 werd hij freelance ontwerper voor verschillende huizen en vier jaar later opende hij zijn eigen bedrijf.                                        

In 1890 gold Lalique als een van de belangrijkste juwelenontwerpers van de Franse Art Nouveau. Hij maakte innovatieve ontwerpen voor de Parijse winkel van Samuel Bing: La Maison de l’Art Nouveau. In 1900 nam Lalique deel aan de Wereldtentoonsteling in Parijs. Flora, fauna en de vrouwelijke vormen zijn de grote inspiratiebronnen van de Art Nouveau. Lalique maakte sieraden die qua vorm zijn gebaseerd op onder meer pauwen. libellen, bloemen en slangen. Hij gebruikte daarbij materialen die tot op dat moment ongebruikelijk waren in de haute joaillerie: glas, emaille, leer, hoorn en schelpen. Lalique koos voor bepaalde stenen op grond van kleur, luciditeit, glans en vorm, en niet noodzakelijkerwijs op exclusiviteit of kostbaarheid. Daarmee brak hij met de tot dat moment gangbare traditie van het historisme en de voorliefde voor kostbaarheid. Lalique stelde in tegenstelling tot zijn voorgangers en tijdgenoten het ontwerp op de eerste plaats. Zijn getekende ontwerpen werden uitgevoerd door een groep ciseleurs, emailleurs en beeldhouwers die hij rekruteerde. René Lalique (1860-1945) wordt ook wel de Da Vinci van de juwelen- en glaskunst genoemd en is een van de belangrijkste ontwerpers in de tijdperken van de art nouveau en art deco. Hij vestigt zijn naam als edelsmid  in Parijs, waar hij opzien baart met zijn zeer gedetailleerde sieraden. Daarbij past hij tot dan toe ongebruikelijke materialen toe, zoals glas. Lalique verkoos esthetiek boven grondstofwaarde. Niettemin waren zijn sieraden destijds al kostbaar en behoren zij inmiddels tot de kostbaarste ter wereld. Later in zijn carrière verlegt Lalique de aandacht volledig naar de glaskunst. Hij zorgt voor een revolutie in de parfumindustrie met zijn ontwerpen voor parfumflacons. Het oeuvre van Lalique omvat talloze ontwerpen voor onder andere schalen, vazen, lampen, tafelstukken en zelfs interieurs. Zijn werk is zeer gedetailleerd en vervuld van symboliek. Hij was een Frans edelsmid en glaskunstenaar wiens werk tot de art nouveau en art deco wordt gerekend. Veel van zijn juwelen maakte hij in opdracht voor bijvoorbeeld de beroemde actrice Sarah Bernhardt en zijn belangrijkste opdrachtgever Calouste Gulbenkian, een Brits/Armeens zakenman. Een flink aantal juwelen die René Lalique maakte voor Gulbenkian is te bewonderen in het Gulbenkian Museum in Lissabon (Portugal).

Hier een aantal bijzondere foto’s van Lalique’s creaties, enkele foto’s zijn door Albert zelf genomen in het Lalique Museum – France.

 

Wat is de diepere betekenis van hulst                                                                     

In het Keltische alfabet werd de hulst tinne genoemd wat vuur betekent. Het vuur dat licht en warmte brengt, dat we zo nodig hebben in de wintertijd. De druïden versierden hun hutten met hulst takken om de ‘sylvan spirits’ (bosgeesten) te eren. Hulst wordt geassocieerd met de kerstperiode. In het verleden versierden de Romeinen hun huizen met hulst in de winter.

     

Men geloofde dat hulst bescherming bood tegen kwade geesten, demonen en heksen. Hulst werd aangezien als goddelijk omdat de meeste variëteiten wintergroen blijven. Hulst is een symbolische plant vanwege zijn altijd groene verschijning. Volgens oud bijgeloof zou hulst bescherming bieden tegen blikseminslag en tegen vijandige machten zoals demonen en heksen. Volgens een oude christelijke legende ontkiemde een hulst onder de voetstappen van Jezus. Zijn stekel vormige bladeren (de doornenkroon) en de oranjerode bessen (bloed) voorspelden het lijden van Jezus. Ook staat hulst symbool voor moederschap en huiselijk geluk (liefde, begrip en vertrouwen).

Hulst, een heidense en heilige plant?

Hulst, niet direct de meest gebruikte medicinale plant, maar wel een plant met een mysterieus verleden, die bij onze donkere, mystieke wintertijd hoort. Niet verwonderlijk als je ziet hoe die groenblijvende boom ook in December blijft glimmen. Hulst werd om dezelfde reden als de maretak als een heilige plant beschouwd:

Hij blijft altijd groen en lijkt onaantastbaar voor de tijd en de wisseling der seizoenen; hij is een symbool van het leven te midden van de schijndood van de winter. Vandaar de plaats die hij innam bij de midwintergebruiken en de beschermende krachten die hij zou bezitten.Veel daarvan is nog altijd terug te vinden in onze eigen gebruiken tijdens de kerst- en nieuwjaarstijd.

De beschermende werking van Ilex gaat ver in de geschiedenis terug. De Romein Plinius de Oudere adviseerde reeds in zijn ‘Historia naturalis’ om een hulst in de buurt van je huis te planten om bliksem en hekserij op afstand te houden. Maar ook bloeddorstige dieren konden er mee bestreden worden. Ook zou een takje hulst in je broekzak geluk brengen, al wil ik dat toch wel betwijfelen. Een vlijmscherp hulstblaadje in een mannenbroekzak lijkt mij niet de meest prettige ervaring.

Enige mythologische betekenis had de hulst bij de Kelten. De druïden versierden hun huizen met hulst takken om de ‘sylvan spirits’ , een soort bosgeesten te eren. In het Keltische alfabet werd de hulst ‘tinne’ genoemd wat ‘vuur’ betekent. Het vuur, dat licht en warmte brengt, wat we zo nodig hebben in deze wintertijd.

Ook staat hulst symbool voor moederschap en huiselijk geluk (liefde, begrip en vertrouwen).

In Groot-Brittannië geloofden de mensen dat alleen rond kerst groen in huis geluk bracht, maar het verse groen mocht niet langer dan tot de Twaalfde Nacht (Driekoningen) in huis gehouden worden, anders bracht het ongeluk of dood. Om geen ellende te krijgen moest het kerstgroen dan ook verbrand worden op driekoningenavond. Is het daarom dat we nu ook nog de kerstbomen verbranden?

Bij het gebruik op kerkhoven staat hulst voor eeuwigheid en rouw.

Hulst wordt al eeuwen bij verschillende culturen gebruikt bij de midwinterfeesten. Het staat dan symbool voor bescherming en de komst van de nieuwe lente.                                                                                                                De jonge bladeren kunnen in juni worden geplukt en gedroogd.
Thee die hiervan wordt getrokken werkt koortsverlagend en urinedrijvend.

Hulst is de nationale struik van Denemarken.

Albert

Selamat datang! Welkom! 

Graag willen wij onze vriend/sobat Paul Sebo aan u voorstellen. Wij hebben hem leren kennen in 1993 en zijn verschillende keren met hem als chauffeur door Java en Bali gereden: wij kennen geen betere chauffeur.

Een onbezorgde tour door Java en Bali met uw eigen ervaren Nederlandssprekende privéchauffeur Paul Sebo?

Javabalirondreis.nl arrangeert, samen met u, een onvergetelijke reis van A tot Z.

Uw eigen privéchauffeur

Ik woon samen met mijn gezin in Oost-Java en heb familie in Nederland. Oorspronkelijk werd er thuis Nederlands en Indonesisch gesproken waardoor ik mezelf de Nederlandse spreektaal aan heb kunnen leren.

Nederlands-sprekend

Geen moeilijke communicatie op vakantie maar alles gewoon fijn in het Nederlands!

De mooiste routes & highlights

Van Jakarta naar Denpasar, geen probleem. Onderweg rijdt u langs de meest interessante highlights en de mooiste routes op zowel Java als Bali.

Meer dan 25 jaar ervaring

Met de jarenlange Java/Bali routine, ruime kennis van regionale wegen en leefstijlen van de lokale bevolking ervaart u een onvergetelijke vakantie.

    

Wilt u meer weten? Hier de site waar alles op vermeld staat: www.javabalirondreis.nl    

Goede Reis! Selamat Jalan!

 

Deze bijzondere Ibu willen wij graag een podium geven op onze site …

Weesmoeder Nel: ‘Een opleiding geeft ze een kans op een betere toekomst’

Voor de Haags-Indische Nel de Borst (73) is het niet altijd vanzelfsprekend geweest om een weeshuis te runnen. Toch zet zij zich nu met hart en ziel in voor weeshuis Pa van der Steur in Indonesië. En dat doet ze vanuit Den Haag.

Den Haag is van oudsher in trek bij Indische Nederlanders, wat onze stad een duidelijk Indonesisch tintje geeft. Nel is een van de grofweg 200.000 Indo’s die na 1945 naar Nederland vertrokken. Inmiddels runt zij, deels vanuit Den Haag, een tehuis voor ouderloze kinderen in Jakarta. “Zij krijgen van ons een opleiding en een thuis, zodat zij later goed kunnen deelnemen aan de maatschappij.”

 

Gezelligheid

Sinds haar pensioen is Nel een groot deel van het jaar in het weeshuis. “Wat ik vooral kan meegeven aan de kinderen, is de Nederlandse gezelligheid. Iets wat ze daar minder goed kennen.”

Maar een veel belangrijkere taak die zij vervult, is de aandacht voor een opleiding en de ontwikkeling van de kinderen. Op het terrein is een kleuter-, lagere- en middelbare school waar zelfs leerlingen uit de omgevingen onderwijs volgen. “Mijn vader richtte de scholen op en ik zet zijn werk voort voor de nieuwe generatie Steurtjes.”

Nel groeide op in de buurt van het weeshuis van Pa van der Steur waar haar ouders de scepter zwaaiden. In de jaren 70 vertrok zij naar Nederland en Den Haag was dé plek waar zij zou gaan wonen. Hier ontmoette zij ook haar man Piet de Borst (ook wel bekend als de Haagse lampenkoning). Hij bleek een bekende Haagse ondernemer die veel vooraanstaande mensen in zijn lampenwinkel begroette.

‘Indonesië mijn moederland, Den Haag mijn stad’

Nel heeft steun van een groot netwerk en de weeskinderen kennen zelfs een paar BH’ers (bekende Hagenaars). Zij vertelt dat zij vorig jaar Rutte ontmoette in Indonesië. “Toen ik de kinderen hierover vertelde en later de moeder van de premier overleed, moest ik van hen aan hem doorgeven: ‘ook al is je moeder dood, zij nog steeds over je waakt’. En als hij naar het weeshuis zou komen, zouden zij nasi goreng (het gerecht dat zijn moeder ook altijd maakte, red.) voor hem maken om hem te troosten.”

Weeshuis

Het weeshuis van Johannes van der Steur, die ook wel ‘Pa’ werd genoemd, bestaat al sinds 1892. In Nederland richt de Vereniging Vrienden Pa van der Steur zich op het voortbestaan van het weeshuis.

Je hoeft geen lid te zijn van de vereniging om te helpen. Mocht je bijvoorbeeld een keer in Jakarta zijn dan kun je zelf een kijkje nemen in het weeshuis, waar veertig kinderen je warm zullen onthalen (gegarandeerd met een heerlijk bord nasi goreng 😉).  Dit filmpje geeft alvast een indruk.

Als je het weeshuis wilt steunen, giften en donaties zijn natuurlijk van harte welkom. Bekijkt u ook de site van het weeshuis: www.weeshuispavandersteur.nl Hiermee help je mee aan een betere toekomst voor de weeskinderen van Nel.

 

Bron: In de buurt / Jennifer Shahheidari

Marieke en Jan nemen u graag mee in het avontuur op zoek naar een mooie nieuwe uitdaging! 

“Wij gaan na bijna  30 jaar Restaurant Jean Marie in Gouda te hebben gerund, gaan wij opnieuw in Zuid-Frankrijk beginnen met het runnen van een culinaire chambre d’hotes & Gîte! Op deze website kunt u ontdekken wat onze plannen en dromen zijn”.

Veel lees plezier!

Marieke & Jan

Schermafbeelding%202020-08-19%20om%2013.28_edited.jpg
IMG_8895 overzicht.jpg

https://www.marie-jean.fr

Wij willen u graag op de hoogte houden en bijgaand treft u een bijzonder mooi geschreven artikel uit de krant Den Haag Centraal van afgelopen week.
Met dank aan de heer Herman Jansen van Den Haag Centraal en Ed Geels van Ed Geels Fotografie.
Wij zijn er trots op en wij wensen u veel leesplezier!
JUWELIERS MET ’N HART VAN GOUD
‘Diamonds are a girl’s best friend’. Maar vlak ook horloges niet uit, daar zijn mannen weer gek op. ‘Albert ten Cate’ gaat dus nog graag even door, maar nu in het Statenkwartier.
Door Herman Jansen 01-10-2020
Bling.
‘Albert ten Cate’ van Loosduinen naar Statenkwartier
Aan het Loosduinse Hoofdplein stond bijna 36 jaar lang een juwelierszaak met later gewoon de voordeur open en op de mat geen waakhonden maar twee aaibare whippets. Klanten kwamen van heinde en verre, ook voor een gezellig praatje, zorghulp (ook ná het werk), advies of een nieuwe anekdote van de eigenaren Albert ten Cate en Axel ten Cate-Hublart. “We waren een soort bruine kroeg waar we tussendoor ook sieraden verkochten,” grapt Albert. Maar ‘Loosduinen’ ging deze zomer dicht en op 15 september opende het tweetal een nieuwe winkel, ‘de groenste van het Statenkwartier’, in de Aert van der Goesstraat, de gezellige entree naar de Frederik Hendriklaan.
De nieuwe zaak is behalve lichter en moderner (‘Boutique 2.0’) veel groter dan de vorige, dus de voordeur staat niet zomaar meer open. De gevel is duidelijk: ‘Albert ten Cate – Juwelier – Diamantair Since 1837’. De huidige Albert is naar eigen zeggen pas ‘vijftigplus’, net als zijn ‘goede helft’ Axel. Vijftigplus is een handige leeftijd: dat blijf je je leven lang, dus geen vragen meer, en het garandeert ervaring, wijsheid en vakmanschap. “Het is eigenlijk een schande dat mensen die willen werken van de overheid met pensioen moeten gaan,” zegt Albert. Hij is een juwelier met een hart van goud, maar heeft ook het hart op de tong, vooral als het om onrecht gaat. “Ik kom uit een Joods gezin waar hard werd gewerkt én veel werd gefeest, maar de volgende dag was er niets meer. Mijn moeder had na de oorlog alleen nog vier nichtjes over. Later heeft Axel op bepaalde websites in totaal 104 familieleden van mij teruggevonden.”
The Godfather
Op hun eigen website lees je veel over de ontstaansgeschiedenis, die zo begon: ‘The Godfather – Emanuel Hamburger – werd geboren in 1837. Hij kreeg tien kinderen, onder wie de grootmoeder van Albert. Via de dochter van zijn grootmoeder, Betty Sluizer, heeft Albert zijn diamant-gen geërfd.’ Opleidingen en ervaring in binnen- en buitenland maakten van Albert ten Cate een deskundige diamantair. Maar na vijftien jaar voor anderen te hebben gewerkt wilde hij een eigen zaak. “En in die tijd kwam er veel nieuwbouw in Loosduinen,” legt Axel Alberts keus voor die eerste locatie uit, terwijl de oprichter zelf elders in de winkel alweer gezellig uitleg geeft aan een bevriende bezoekster. Axel is al 25 jaar betrokken bij de winkel waar alles kan, van horlogebatterijen vervangen tot en met het vervaardigen van tiara’s. Bekende eigen ontwerpen van Albert zijn onder meer een witgouden strikbroche, bezet met topbriljanten, en de Residentie Ring Den Haag, ontstaan uit een speels ontwerp in samenwerking met Gaby Ladhoff.
‘We waren een soort bruine kroeg waar we tussendoor ook sieraden verkochten’
Droom
Maar Albert en Axel begonnen jaren geleden te dromen van een upgrading van de winkel en de collectie juwelen en horloges, iets wat in Loosduinen, waar veel vertrouwde zaken inmiddels zijn verdwenen, niet te verwezenlijken was. Het wachten was op een grotere, eveneens huiskamerachtige winkel, bij voorkeur in de Aert van der Goesstraat. Midden in coronatijd viel alles op z’n plaats. Axel: “We hebben hier alles zelf ontworpen en naar onze eigen smaak gerealiseerd!” Beide mannen hielpen ook met sjouwen en hun open en gewone omgang met de mensen heeft ook al indruk gemaakt op veel andere ondernemers in de straat. Of zoals ze zelf benadrukken: “We blijven altijd hetzelfde: little crazy, serieus, vakidioten, maar vooral: be welcome!”
Tot slot: wat is de nieuwe trend? “We gaan meer naar geel goud en het verfijnde goud, en naar de kleur groen, malachiet van bijvoorbeeld Ti Sento Milano. En naar oorbellen met hangers, van Heide Heinzendorff. Op het gebied van klokjes bijvoorbeeld de Jaguar Hybrid, smartwatches met het uiterlijk van een analoge klok.” Inmiddels noemen de twee zich de drie A’s: ‘Albert, Axel & Aert van der Goesstraat. En de honden hebben nu een juweel van een tuin.
Albert ten Cate, open dinsdag t/m zaterdag 10.00-18.00 uur, maandag en laatste zondag van de maand 13.00-18.00 uur, Aert van der Goesstraat 15.

Portrait of Adele Bloch-Bauer I: An Odyssey Through Nazi Germany

Gustav Klimt’s Portrait of Adele Bloch-Bauer I fame comes not only from its position as the epitome of his Gold Period but from it’s complicated history spanning almost the entirety of the twentieth century. In this article, Singulart discusses Klimt’s masterpiece and its history.

Who was Gustav Klimt? 

Gustav Klimt (1862-1918) was an Austrian artist and the leader of the Vienna Secession movement, whose work would come to define the Art Nouveau movement. Born in 1862 in Baumgarten, Austria, Klimt was the son of a gold and silver engraver. Following his father’s artistic influence, he began studying at Vienna’s School of Applied Arts at the age of 14 where he took a range of subjects including fresco painting and mosaics.

During his studies he spent a lot of time copying the works of Old Masters in Vienna’s museums. He also sold portraits with his brother and worked for an ear specialist making technical drawings, all of which helped Klimt develop a mastery for depicting the human form.

              

After completing his studies he opened his own studio in 1883, specializing in mural paintings.

His early work was classical, in keeping with 19th century academic painting, as is exemplified by his murals for the Vienna Burgtheater (1888), for which he was awarded the Golden Order of Merit by the Emperor Franz Josef.

In the early 1900’s he took his interest in the human form, more specifically the female form, further in a series of erotic drawings of women. From here, Klimt shed the classical pretenses for depicting the human form with propriety and began to explore themes of human desire, dreams and mortality through richly symbolic compositions which would come to define his style.

Despite the enduring influence of the city’s traditional government and artistic establishment, Vienna at this time was a hub of bohemian artistic activity, and Klimt’s works fit in perfectly with the experiments other avant-garde cultural figures such as Otto Wagner, Gustav Mahler and Sigmund Freud.

He continued his rebellious experimentation with his commissioned mural for the Kunsthistorisches Museum, where he represented the history of art from Egypt to the Renaissance through human female figures, rejecting any historical or allegorical pretext that would have deemed such portrayals acceptable by the establishment.

This mural also marked the beginning of Klimt’s “femme fatales”, depictions of expressive, seductive women.

In 1897, along with other members of Vienna’s Avant-Garde, Klimt founded and became the leader of a radical group called The Vienna Secession.

   

His work became increasingly concerned with psychology and sexuality and women appear as his repeated favourite subject matter. A trip to Ravenna in Italy, where he encountered Byzantine art, led to his famous Gold Period. Klimt died at the age of 55 and despite having mentored artists such as Egon Schiele and Oskar Kokoschka his legacy was somewhat overlooked until much later in the twentieth century.

The story behind Portrait of Adele Bloch-Bauer I

Adele Bloch-Bauer (1881-1925) came from a wealthy Viennese Jewish family, her father was the director of the largest bank in Austria-Hungary as well as the general director of Oriental Railroads. In 1899 her parents arranged her marriage to Ferdinand Bloch, a banker and sugar manufacturer. At the time she was 18 and he was 35 and they both changed their names to Bloch-Bauer and never had children. Adele was renowned for her salons, where she invited intellectuals and creatives into their home and it was in the late 1890’s that she met Gustav Klimt.

Gustav Klimt, Portrait of Adele Bloch-Bauer I, 1903-1907

Ferdinand Bloch-Bauer commissioned Klimt to paint his wife’s portrait in 1903 with the intention of gifting it to her parents as an anniversary present. Portrait of Adele Bloch-Bauer I became one of Klimt’s most elaborately prepared paintings. He made over a hundred sketches and in 1903 he studied the Byzantine gold mosaics in the Basilica of San Vitale in Ravenna which had a huge influence on his gold period and on the Portrait of Adele Bloch-Bauer I, which is considered to be the epitome of this period.

 

  

Klimt developed an elaborate technique in the making of the Portrait of Adele Bloch-Bauer I, with only her face and hands painted in oil, the rest of the 138 x 138 cm canvas is covered in gold and silver leaf onto which Klimt used Gesso to apply decorative motifs in bas-relief.

The final work, completed in 1907, depicts Adele Bloch-Bauer on a golden chair in front of a detailed, patterned gold background. She is dressed in a fitted gold dress, decorated in delicate geometric forms in blue, black and silver to contrast against the predominant gold. The dress merges into the background in places, so that Adele’s face and hands stand out in stark contrast against the flow of gold.

The overall effect of this portrait has been described as sensual and an embodiment of femininity. Within the details of the composition and the multitude of patterns and forms can be identified many symbols and influences ranging from the Byzantine to Greece. Portrait of Adele Bloch-Bauer I has also been described as presenting Adele more in the style of a religious icon than a secular portrait.

From Austria to America

In addition to exemplifying Klimt’s Gold Period, Portrait of Adele Bloch-Bauer I is also renowned for its tumultuous history. In her will, Adele stated her desire for Ferdinand to leave all the artworks by Klimt in their collection to the Austrian State Gallery in Vienna after his death. After the painting’s completion in 1907 it hung in the Bloch-Bauer’s home and after Adele’s death, Ferdinand hung the painting in Adele’s bedroom in homage to her. Over the next few years, the painting was lent for exhibition across Europe and in 1937 it was displayed at the Paris Exhibition.

In 1938, Ferdinand fled from Austria to his Czechoslovakian castle after the invasion of the Nazi’s and from here he fled to Paris before settling in Switzerland, having left the vast majority of his fortune behind in Austria. The Nazi Regime falsely accused him of tax evasion as an excuse to seize as much of his property as they desired. The Nazis divided and sold off much of the Bloch-Bauer art collection and the Portrait of Adele Bloch-Bauer I ended up in the Galerie Belvedere. In 1945, the year of his death, Ferdinand rewrote his will in which he left his entire estate to his nieces and nephews, although he made no reference to the Portrait of Adele Bloch-Bauer I, which he assumed was lost forever.

In 1946, despite the Annulment Act which voided Nazi transactions, and the efforts of the lawyer hired by the family, Dr. Gustav Vinesh, the Bloch-Bauer’s were forced to relinquish most of their art collection, including Portrait of Adele Bloch-Bauer I, to the Austrain State, supposedly on the basis of Adele’s will.

In 1998, after the Austrian government introduced the Art Restitution Act which aimed to re-examine the art stolen by the Nazis, the investigative journalist, Hubertus Czernin, published a report claiming a ‘double crime’ had been committed with regards to the Portrait of Adele Bloch-Bauer I: firstly the theft by the Nazi’s and secondly the Austrian Government’s refusal to return the painting to the family.

  

This led to Adele and Ferdinand’s niece and heir, Maria Altman filing a claim with the restitution committee to recover six paintings, including Portrait of Adele Bloch-Bauer I, which was refused again on the grounds of Adele’s will.

Consequently, Altmann sued the Austrian Government and the Belvedere Gallery in the US Court and eventually won, with the Supreme Court ruling that the paintings had been stolen, in 2004. In 2006, Altmann sold the Portrait of Adele Bloch-Bauer I to Ronald Lauder for $135 million, at the time the highest price paid for a painting, and it remains on display in his gallery, the Neue Gallery in New York …

Het portret van Gustav Klimt van Adele Bloch-Bauer I:

An Odyssey Through Nazi Germany …

The Lady in Gold or The Woman in Gold.

Haar roem komt niet alleen voort uit zijn positie als het toonbeeld van zijn gouden periode, maar ook uit de gecompliceerde geschiedenis die bijna de hele twintigste eeuw beslaat. In dit artikel  wordt de geschiedenis van het meesterwerk niet alleen besproken maar ook de geschiedenis van de meester zelf Gustav Klimt.

Wie was Gustav Klimt?

Gustav Klimt (1862-1918) was een Oostenrijkse kunstenaar en de leider van de Weense Secession beweging, wiens werk de art nouveau-beweging zou gaan definiëren. Geboren in 1862 in Baumgarten, Oostenrijk, Klimt was de zoon van een goud en zilver graveur.

Na de artistieke invloed van zijn vader begon hij op 14 jarige leeftijd te studeren aan de Weense School voor Toegepaste Kunst, waar hij verschillende richtingen volgde, waaronder Fresco’s en Mozaïeken terug te vinden in vele schilderingen in het trappenhuis (1890) van het Kunsthistorisches Museum in Wenen.

 

Studie tijd.

Tijdens zijn studie bracht hij veel tijd door met het kopiëren van de werken van oude meesters in de musea van Wenen.

Hij verkocht ook portretten met zijn broer en werkte voor een oorspecialist om technische tekeningen te maken, wat Klimt allemaal hielp om de beheersing te ontwikkelen voor het weergeven van de menselijke vorm.

Na afronding van zijn studie opende hij in 1883 zijn eigen atelier, gespecialiseerd in muurschilderingen. Zijn vroege werk was klassiek, in overeenstemming met de 19e-eeuwse academische schilderkunst, zoals wordt geïllustreerd door zijn muurschilderingen voor het Weense Burgtheater (1888), waarvoor hij door keizer Franz Josef de Gouden Orde van Verdienste ontving.

De menselijke vorm.

Begin jaren 1900 interesseerde hij zich voor de menselijke vorm, specifiek de vrouwelijke vorm, verder in een reeks erotische tekeningen van de vrouw. Vanaf hier verliet Klimt de klassieke pretenties om de menselijke vorm correct weer te geven en begon hij thema’s van menselijk verlangen, dromen en sterfelijkheid te verkennen door middel van rijk symbolische composities die zijn stijl zouden gaan definiëren.

Ondanks de blijvende invloed van de traditionele regering en het artistieke establishment van de stad, was Wenen in deze tijd een centrum van bohemien artistieke activiteit, en de werken van Klimt pasten perfect bij de experimenten van andere avant-gardistische culturele figuren zoals Otto Wagner, Gustav Mahler en Sigmund Freud.

Kunsthistorisch Museum

Hij zette zijn rebelse experimenten voort met zijn in opdracht vervaardigde muurschildering voor het Kunsthistorisch Museum, waar hij de geschiedenis van de kunst van Egypte tot de Renaissance vertegenwoordigde door menselijke vrouwenfiguren, waarbij hij elk historisch of allegorisch voorwendsel verwierp dat dergelijke afbeeldingen acceptabel zou hebben gemaakt voor het establishment.

Deze muurschildering markeerde ook het begin van Klimt’s “femme fatales”, afbeeldingen van expressieve, verleidelijke vrouwen.

Oprichting van The Vienna Secession.

In 1897 richtte Klimt, samen met andere leden van de Avant-Garde van Wenen, een radicale groep genaamd The Vienna Secession, waarvan hij de bezielende leider werd. Zijn werk raakte steeds meer vervuld met psychologie en seksualiteit van vrouwen en verschijnen herhaaldelijk als zijn favoriete onderwerp. Een reis naar Ravenna in Italië, waar hij Byzantijnse kunst ontmoette, leidde tot zijn beroemde Gouden Periode. Klimt stierf op 55-jarige leeftijd en ondanks het feit dat hij kunstenaars als Egon Schiele en Oskar Kokoschka begeleidde, werd zijn nalatenschap over het hoofd gezien en pas veel later in de twintigste eeuw op waarde geschat.

Het verhaal achter “Portrait of Adele Bloch-Bauer” I

Adele Bloch-Bauer (1881-1925) kwam uit een rijke Weense joodse familie, haar vader was de directeur van de grootste bank in Oostenrijk-Hongarije en de algemeen directeur van de oosterse orient spoorwegen. In 1899 regelden haar ouders haar huwelijk met Ferdinand Bloch, een bankier en suikerfabrikant.

Op dat moment was ze 18 en hij was 35 en ze veranderden allebei hun naam in Bloch-Bauer en kregen nooit kinderen. Adele stond bekend om haar salons, waar ze intellectuelen en artiesten bij hen thuis uitnodigde en het was eind 1890 dat ze Gustav Klimt ontmoette.

SCHILDERIJ

Gustav Klimt, Portrait of Adele Bloch-Bauer I, 1903-1907

Ferdinand Bloch-Bauer gaf Klimt de opdracht om in 1903 het portret van zijn vrouw te schilderen met de bedoeling het als jubileumgeschenk aan haar ouders te schenken.

 

Portret van Adele Bloch-Bauer I werd een van Klimt’s meest uitvoerig voorbereide schilderijen. Hij maakte meer dan honderd schetsen en in 1903 bestudeerde hij de Byzantijnse goudmozaïeken in de basiliek van San Vitale in Ravenna, die een grote invloed hebben gehad op zijn goudperiode en op het portret van Adele Bloch-Bauer I, dat wordt beschouwd als de belichaming van van deze periode.

Bladgoud en goud fijnstof techniek met Gesso.

Klimt ontwikkelde een uitgebreide techniek bij het maken van het portret van Adele Bloch-Bauer I, met alleen haar gezicht en handen in olieverf geschilderd, de rest van het 138 x 138 cm canvas is bedekt met bladgoud en goud fijnstof  (wat uit het atelier van zijn vader kwam) en bladzilver waarop Klimt Gesso, een kalk soort, gebruikte om decoratieve motieven te kunnen toepassen in bas-reliëf.

Adele Bloch-Bauer geportretteerd

Het laatste werk, voltooid in 1907, toont Adele Bloch-Bauer op een gouden stoel voor een gedetailleerde, gedessineerde gouden achtergrond. Ze is gekleed in een getailleerde gouden jurk, versierd in delicate geometrische vormen in blauw, zwart en zilver als contrast met het overheersende goud.

De jurk gaat op sommige plaatsen over in de achtergrond, zodat Adele’s gezicht en handen opvallen in schril contrast met de glans van goud.

Religieus icoon.

Het algehele effect van dit portret is beschreven als sensueel en de belichaming van vrouwelijkheid.

 

Binnen de details van de compositie en de veelheid aan patronen en vormen kunnen veel symbolen en invloeden worden geïdentificeerd, variërend van het Byzantijnse tot Griekenland. Het Portret van Adele Bloch-Bauer I wordt ook beschreven dat Adele meer wordt weergegeven in de stijl van een religieus icoon dan een seculier portret.

Van Oostenrijk tot Amerika

Naast een voorbeeld van Klimt’s gouden periode, staat Portret van Adele Bloch-Bauer I ook bekend om zijn tumultueuze geschiedenis. In haar testament gaf Adele aan dat Ferdinand na zijn dood alle kunstwerken van Klimt in hun collectie aan de Oostenrijkse Staatsgalerie in Wenen wilde overlaten. Na voltooiing van het schilderij in 1907 hing het in het huis van Bloch-Bauer en na de dood van Adele hing Ferdinand het schilderij in de slaapkamer van Adele als eerbetoon aan haar. In de loop van de volgende jaren werd het schilderij uitgeleend voor tentoonstelling in heel Europa en in 1937 werd het tentoongesteld op de Parijse tentoonstelling.

De vlucht van Ferdinand Bloch.

In 1938 vluchtte Ferdinand uit Oostenrijk naar zijn Tsjechoslowaakse kasteel na de invasie van de nazi’s en van hieruit vluchtte hij naar Parijs voordat hij zich in Zwitserland vestigde, nadat hij het overgrote deel van zijn fortuin in Oostenrijk had achtergelaten.

Het Nazi-regime beschuldigde hem valselijk van belastingontduiking een “excuus” om zoveel van zijn eigendommen in beslag te nemen als ze wilden. De nazi’s verdeelden en verkochten een groot deel van de Bloch-Bauer-kunstcollectie en het portret van Adele Bloch-Bauer I belandde in de Galerie Belvedere. In 1945, het jaar van zijn dood, herschreef Ferdinand zijn testament waarin hij zijn hele landgoed aan zijn neven en nichten overliet, hoewel hij geen verwijzing maakte naar het portret van Adele Bloch-Bauer I, waarvan hij aannam dat het voor altijd verloren was.

Annuleringswet 1946.

In 1946 werden de Bloch-Bauer, ondanks de Annuleringswet die nazi-transacties vernietigde en de inspanningen van de door de familie ingehuurde advocaat, gedwongen het grootste deel van hun kunstcollectie, waaronder Portret van Adele Bloch-Bauer I, af te staan, naar de staat Oostenrijk, vermoedelijk op basis van Adele’s laatste geschreven wil.

Hubertus Czernin.

In 1998 publiceerde onderzoeksjournalist Hubertus Czernin, nadat de Oostenrijkse regering de Kunst Restitutiewet had ingevoerd die tot doel had de door de Nazi’s gestolen kunst opnieuw te onderzoeken, een rapport waarin hij beweerde dat er een ‘dubbele misdaad’ was gepleegd met betrekking tot het portret van Adele Bloch-Bauer I: ten eerste de diefstal door de nazi’s en ten tweede de weigering van de Oostenrijkse regering om het schilderij terug te geven aan de familie.

Dit leidde ertoe dat de nicht en erfgenaam van Adele en Ferdinand, Maria Altman, een claim indiende bij de restitutiecommissie om zes schilderijen terug te vorderen, waaronder het portret van Adele Bloch-Bauer I, dat opnieuw werd geweigerd op grond van de beschreven laatste wil van Adele.

Bijgevolg daagde Altmann de Oostenrijkse regering en de Belvedere Gallery voor het Amerikaanse Hof en won uiteindelijk, met de uitspraak van het Hooggerechtshof dat de schilderijen waren gestolen, in 2004.

In 2006 verkocht mevrouw Altmann het Portret van Adele Bloch-Bauer I aan Ronald Lauder voor $ 135 miljoen, destijds de hoogste prijs die voor een schilderij werd betaald, en het blijft te zien in zijn galerie, de Neue Gallery in New York.

Zij gebruikte het geld onder anderen voor schenkingen aan universiteiten en muziek instellingen.

Bron; Singulart

trailer; https://www.youtube.com/watch?v=begpze0T79g

 

 

 

 

 

 

St. Nicholas, Sint Nicolaas, de Kerstman of Santa …?? Veel leesplezier gewenst!

L’École des Arts Joailliers van Van Cleef & Arpels

Een lang gekoesterde wens ging eindelijk in vervulling: een kijkje te mogen nemen achter de wel heel gesloten deuren van Van Cleef & Arpels en naar de École des Arts Joailliers om er een Master-Class te volgen, maar dan wel werkelijk achter de werkbank te zitten en … werken! De BONJOUREen éénmalige editie van bijzondere nieuwsbrief van Axel voor u. En een impressie van Van Cleef & Arpels Paris… GENIET!